Tribal Talk

hét weblog voor online ondernemers

Print Weblog

4Jun

Kinderboeken, Volwassenheid & een Avonturier op Web Analytics Congres 2010

Door: Robert van den Berge       categorie: Search industrie & Conferenties Website Statistieken

Afgelopen woensdag, 2 juni 2010, vond het jaarlijkse Web Analytics Congres plaats in het Okura Hotel in Amsterdam. In deze blogpost een korte impressie.

In het Okura hotel opende Ton Wesseling de vierde editie van het Nederlandse Web Analytics Congres. Na een korte presentatie van de Telegraaf Media Groep over o.a. de nieuwe Europese cookiewetgeving, volgde Stéphane Hamel. Deze Canadees wist op een inspirerende manier zijn Online Analytics Maturity Model te presenteren. Wilt u weten hoe volwassen uw organisatie is op gebied van Web Analytics? Gebruik dan eens zijn Self Assesment tool. Stéphane spreekt ook veel over creativiteit en hoe belangrijk het is in het werk als webanalist (“Analytics is creativity in continuous improvement & attention to details”). Ook verwees hij naar Mitch Joel’s visie op het meten van succes: Killing ROI. Het succes van de inzet van Sociale Media bijvoorbeeld laat zich moeilijk vertalen naar ROI. Terwijl hier de doelstelling misschien wel optimale customer support zou moeten zijn. Focus niet altijd maar weer op ROI, maar kijk vooral naar de totale bedrijfsdoelstellingen.

De paneldiscussie kwam ietwat moeizaam op gang en toen het net interessant begon te worden, was de tijd al weer om. Jammer, dit mag volgend jaar wel wat uitgebreider. Judah  Phillips van Monster Worldwide nam het publiek mee aan de hand van zijn overvolle sheets, gebaseerd op het kinderboek “The Little Engine That Could“. Met prikkelende steekwoorden als: self promotion of data en fear of data gaf hij een kijkje in de keuken van Monsterboard. Enkele van zijn toekomstverwachtingen: new data collection models, automated tagging, deeper capabilities for integration, enhanced targeting & improved attribution modeling.

En daarmee komen we op de grote afwezige van dit congres:  Conversie Attributie. Blijkbaar durfde niemand hier vragen over te stellen, ervaringen te delen of stellingen te deponeren. Het is wellicht nog té vers, té nieuw & onbekend terrein. En dat terwijl Nedstat bijvoorbeeld toch al een paar mooie attributiemodellen in haar tool Sitestat heeft ontwikkeld. Hopelijk komt er volgend jaar meer over dit onderwerp aan bod.

Er kwamen ook nog een aantal praktijkcases aan bod. Funda, ABN AMRO en ING lieten “hun manier van werken” zien op het gebied van Web Analytics. Verfrissend was vooral de presentatie van Funda, die daadwerkelijk heeft laten zien dat Web Analytics ook heel simpel (en toch bruikbaar) kan zijn. ING zet designers aan het werk om statistieken vooral leuk te maken.

Tot slot was er nog veel meer te beleven zoals:

  • De impact van snelheid van een website op het aantal conversies (Sean Power).
  • Paneldiscussie met software leveranciers (kwam helaas niet echt van de grond).
  • Het verhaal van een professioneel avonturier (Marc Cornelissen).
20May

SMX London headlines: SEO ranking factors 2010

Door: Kevin Verleg       categorie: Search industrie & Conferenties Zoekmachine Optimalisatie

Op de SMX London werden de SEO ranking factors 2010 gepresenteerd, de sessie is een 2010 update van welke on-page en off-page factoren belangrijk zijn binnen zoekmachine optimalisatie. Welke factoren zijn van belang? Welke werken niet meer en welke moeten worden aangepast? Tijdens de sessie ging het onder andere over Facebook, realtime resultaten en de afnemende autoriteit van grote sites op het web. Gary Beal (Vanguard Media) kon er helaas niet bij zijn vanwege de aswolk.

Sprekers:

  • Mikkel deMib Svendsen, Creative Director, deMib.com
  • Rand Fishkin, CEO & Co-Founder, SEOmoz
  • Rob Kerry, Head of Search, Ayima

Om maar met de deur in huis te vallen: de sessie was voor 70% weinig nieuws onder de zon, vandaar dat ik de noemenswaardige punten in de post behandel:

Rand Fishkin

Twitter en realtime resultaten (Query Deserves Freshness)

In 2006 werd er al voor het eerst gesproken over Query Deserves Freshness, een verandering aan het Google algoritme waarbij de zoekmachine bepaalt om meer real time resultaten weer te geven. Voor QDF hadden ze toentertijd een drietal factoren die van belang waren voor het weergeven van realtime resultaten.

  • Spikes in zoekvolume (plotselinge toenames en afnames in het aantal zoekopdrachten)
  • Resultaten in Google nieuws
  • Blog resultaten

Tijdens de Caffeine update is de user interface van Google geschikt gemaakt om realtime resultaten weer te geven in de zoekresultaten.

Query deserves freshness (QDF)

Rand Fishkin stelt dat Twitter een belangrijke graadmeter is in het bepalen van hot topics en het weergeven van realtime resultaten in de zoekresultaten.
Opvallen belangrijker dan Heading tags op de pagina
Headings zijn van belang om meer nadruk te geven aan titels op de pagina en daarmee meer waarde te geven voor een zoekmachine.  Spammen met een verborgen H1 class is dus verleden tijd.

Google “leest” de pagina steeds meer dan dat hij de  heading tags “herkent” van een pagina. De font size en opmaakelementen als bold zijn van belang bij het bepalen van belangrijke woorden op een pagina.

Mikkel deMib Svendsen

“Get rid of the Crap on your site”

Zorg dat de site qua veiligheid up to date is, sites worden regelmatig gekraakt en voorzien van malware dat op zijn beurt weer effect heeft op de SEO prestaties van de gehackte website.

Small is beatifull: Kwaliteit van je code is belangrijk!
Volgens deMib is het belangrijk om goede kwaliteit code te hebben op de website: Clean your code!

Enkele concrete tips:

  • Plaats javascript en CSS zoveel mogelijk in extern bestanden
  • Verwijder onnodige meta informatie (bijvoorbeeld: revisit after)
  • Verwijder onnodige containers zoals div’s
  • Haal view_state (microsoft.net) uit de website
  • Verwijder comment tags in de gepubliceerde website
  • Compress objecten op de website waar mogelijk
  • Maak gebruik van content delivery networks waar mogelijk

Rob Kerry

Mayday Update
De  Mayday update is een hot topic binnen de SEO industrie, deze update aan het algoritme van Google heeft onder andere tot gevolg dat websites minder longtail traffic binnen halen dan voorheen. SEO’s hebben vanwege de maand mei de codenaam Mayday meegegeven.
Enkele learnings rondom de mayday update:

  • Domain authoriteit is niet langer een vrijpas om overal op te ranken op de longtail, niche sites doen het daarentegen beter!
  • Links tussen eigen beheerde websites lijken volgens Rob van mindere waarde voor SEO

Nichesites winnen het van autoriteiten op het web
Het wordt moeilijker om te ranken op competitieve zoekwoorden op dieper liggende pagina’s, het wordt daarentegen makkelijker om te ranken met nichesites op meer longtail termen. Hierbij lijkt Google de grote websites met hoge autoriteit op het web aan te pakken en meer zeggenschap te geven aan de kleinere niche websites die meestal sterk zijn in één onderwerp.

Migreren naar nieuw domein? Gebruik de canonical!
De tijd dat een migratie bestond uit een redirect van het oude root domein naar het nieuwe root domein is al enige tijd verleden tijd. Volgens Rob Kerry is het belangrijk de 301 redirect zoveel mogelijk te omzeilen:

  • Zet zo snel mogelijk een splashpage op de nieuwe url
  • Voorzie de splashpage van een cross domain canonical naar de oude url
  • Benader de belangrijkste links in het linkprofiel voor een adreswijziging naar de nieuwe url
  • Als 90% van de links zijn gemigreerd dan pas de migratie in werking zetten
  • Het oude domein op paginaniveau redirect geven naar de nieuwe

note: Persoonlijk heb ik deze werkwijze nog niet getest, ik ben benieuwd of iemand daar al wat meer informatie over kan geven!

Conclusie

De search engine ranking factors spitsen zich voornamelijk toe op realtime resultaten, voornamelijk de ontwikkelingen rond de cafeïne update, verschuiving autoriteit, cross domain canonicals en de mayday update zijn noemenswaardige topics die er toe doen in 2010. De tips zelf waren weinig nieuws maar gaven een goed beeld van de laatste ontwikkelingen op het gebied van SEO. Ik verdenk Rand ervan de belangrijkste bevindingen te bewaren voor SMX Seattle!

10May

Wat is een goede bounce rate en exit rate?

Door: Lenny de Rooy       categorie: Website Statistieken Website Usability

Een vraag die vaak door onze klanten gesteld wordt, is of hun bounce rate “goed” of “slecht” is. Deze vraag is helaas niet zo eenvoudig te beantwoorden.

De bounce rate (weigeringspercentage in het Nederlands) geeft aan hoeveel procent van je bezoekers slechts deze ene pagina van je website bekeek, om vervolgens de website weer te verlaten.

De exit rate (uitstappercentage) lijkt hier een beetje op: dit geeft aan hoeveel procent van de bezoekers na het bekijken van deze pagina besloot om de site te verlaten. Ongeacht het aantal pagina’s dat men daarvoor had bekeken.
De bounce rate en exit rate worden dus op paginaniveau bepaald.

Statistiekenprogramma’s zoals Google Analytics geven daarnaast ook een bounce en exit rate voor de website als geheel mee. Dit cijfer zegt echter weinig en het is niet aan te raden om hier op te sturen. Beter is het, om de cijfers per pagina te bekijken en te beoordelen.

De bounce rate
Over het algemeen geldt, dat een lage bounce rate beter is dan een hoge.

Vergeet echter niet dat niet iedereen via de homepage binnenkomt. Wanneer een bezoeker via een link of via een zoekmachine binnenkomt, komt hij wellicht direct binnen op de pagina met de informatie waar hij of zij naar op zoek was. Er is dan geen noodzaak om andere pagina’s van de website te bezoeken, omdat de bezochte pagina alles bood wat nodig was. In dat geval kan een hoge bounce rate juist een goed teken zijn!

Een globale richtlijn voor de homepage is, dat de bounce rate niet veel hoger zou moeten zijn dan 35%. Is deze hoger, dan nodigt de homepage blijkbaar onvoldoende uit om door te klikken naar de onderliggende pagina’s.

Een veel lagere homepage bounce rate is voor veel websites moeilijk te realiseren. Er zullen namelijk altijd bezoekers zijn die op de verkeerde website terecht zijn gekomen. Als jouw homepage duidelijk weergeeft wat er wel en niet op de website te vinden is, zal de bounce rate weliswaar wat hoger zijn, maar het voorkomt dat men verder klikt en alsnog afhaakt. Aan deze bezoekers heb je toch niets.

De exit rate
Ook de exit rate kan aangeven dat een pagina erg goed is, omdat deze de bezoeker bood wat hij wilde, zodat hij de website kon verlaten. Maar heeft bijvoorbeeld een navigatiepagina een hoge exit rate, dan kan het zijn dat de bezoekers niet weten waar ze heen moeten.

Speciale aandacht verdienen de exit rates van pagina’s in je funnel (trechter, zoals de weg van de winkelwagen naar de orderbevestigingspagina).

Hoeveel procent van jouw bezoekers een product in het winkelwagentje plaatst en vervolgens niet verder gaat met afrekenen, is afhankelijk van diverse factoren. Het ligt namelijk niet alleen aan de kwaliteit van de website, het aanbod en de voorwaarden: veel bezoekers gebruiken de winkelwagen ook als een soort verlanglijstje, om interessante producten te bewaren terwijl ze deze vergelijken of nog nadenken over de aankoop. Het is dan ook erg moeilijk om een zeer lage exit rate te realiseren van de winkelwagen naar de volgende stap in het bestelproces. Schrik daarom niet als de exit rate in deze stap een stuk hoger is dan die in de rest van het bestelproces – dit is normaal.

Haken bezoekers later alsnog af, dan is dat meer verdacht. Ze hebben namelijk al besloten dat ze het product willen, dus blijkbaar is er iets in het bestelproces dat hun alsnog doet besluiten om af te haken. In zo’n geval is het goed om te bekijken wat er op deze pagina precies gebeurt of gevraagd wordt.
Wellicht ziet men nu pas de (te hoge) verzendkosten, blijkt dat het product niet op voorraad is, krijgt men een onveilig gevoel, is de gewenste betaalmethode niet beschikbaar, of is de stap onduidelijk.

Als men wel het bestelproces verlaat, maar niet de website, dan is het interessant om te kijken naar welke pagina’s men heen gaat, aangezien hier blijkbaar informatie op staat waar men behoefte aan heeft voordat men de bestelling voltooit.

Het is nooit goed genoeg!
Het is moeilijk om te zeggen wat een goede en wat een slechte bounce en exit rate is. Op enkele uitzonderingen na, geldt gewoon “hoe lager hoe beter”.

Heeft jouw homepage een bounce rate van 5,4% en bereikt 80% van de winkelwagenbezoekers de ‘bedankt voor uw bestelling’ pagina? Dat is over het algemeen zeer goed, maar wie zegt dat het niet NOG beter zou kunnen…?

Je kunt dus nooit op je lauweren rusten.

Waar begin ik?
Bepaal wat de belangrijkste pagina’s van de website zijn. Dit zijn o.a. de pagina’s die sterk bijdragen aan het aantal conversies, AdWords landingspagina’s, de homepage, populaire productpagina’s en de pagina’s in het bestelproces. Ga hiervan de data nader bestuderen, want verbeteringen hierin leveren het meeste resultaat op.

Bekijk de pagina’s niet alleen individueel, maar vergelijk ze ook met elkaar. Hebben bijvoorbeeld bepaalde productpagina’s een veel hogere (of lagere) bounce rate dan andere productpagina’s? Dan is het interessant om te kijken op welke punten deze pagina’s van elkaar verschillen en om deze leerpunten toe te passen op de minder presterende pagina’s.

Conclusie
Er zijn dus helaas geen harde richtlijnen voor wat een ‘goede’ en ‘slechte’ bounce rate of exit rate is. Er zijn zelfs geen standaarden per branche.

Bekijk de cijfers daarom altijd in het licht van je eigen situatie: hoe is je markt? Wat kenmerkt je doelgroep en je producten? Hoe groot is de kans dat mensen die je site vinden, klant willen worden?

Ga vervolgens uit van jouw huidige cijfers: gebruik ze als nullijn en probeer vanuit daar verder te werken naar een continue verlaging.

Pin je overigens niet vast op de bounce rate en exit rate: er zijn veel meer gegevens in je statistiekenpakket die je kunnen helpen bij het analyseren en verbeteren van je website. Maar dat is iets voor een volgende blogpost.

29Apr

Verhoog de productiviteit van (web development) teams

Door: Leon van Helvoort       categorie: Websites Algemeen

Op dit blog schrijven we voornamelijk over internet marketing gerelateerde onderwerpen. Maar het moge duidelijk zijn dat het allemaal begint bij een website; zonder website geen internet marketing.

De ontwikkeling van websites wordt vaak uitbesteed aan gespecialiseerde bureaus, maar met name bij grotere internet spelers vindt de ontwikkeling in-house plaats. Maar hoe dan ook, vrijwel altijd is de uitdaging: maximale productiviteit uit je web development team halen.

Dit is een thema waar ik zelf al jaren mee te maken heb en ik stuitte onlangs op een interessante presentatie die veel van mijn bevindingen bevestigt. Hier volgt een korte samenvatting. Let wel, veel van onderstaande is ook relevant voor teams die zich niet bezighouden met web development.

8 experimenten om de productiviteit te verhogen


1. Wat gebeurt er als mensen langer werken?
Een middel dat vaak wordt ingezet om de productiviteit te verhogen is overwerk. Echter, uitgebreide studies van Ford hebben aangetoond dat een 40-urige werkweek optimaal is voor de productiviteit. Laat je werknemers 60 uur per week werken, dan resulteert dat in eerste instantie in een verhoging van de productiviteit, maar na 3-4 weken zal een negatief effect ontstaan.

2. Wat gebeurt er als met tussenpozen langer gewerkt wordt?
Op basis van bovenstaande zou je kunnen concluderen dat bijvoorbeeld een week overwerken afgewisseld met een 40-urige werkweek een positief effect zal hebben. Echter, ook dit blijkt uiteindelijk een negatief uit te pakken. Na een periode van overwerk zakt de productiviteit altijd tijdelijk in, waarbij het netto resultaat over het algemeen negatief is.

Als de 40 uren op een andere manier over de week verdeeld worden, bijvoorbeeld 4 dagen van 10 uur en 3 dagen vrij, dan kan dit wel een positief effect hebben op de productiviteit en het verzuim kan afnemen.

3. Gelden dezelfde conclusies voor kenniswerkers?

Bij taken die creativiteit of probleemoplossend vermogen vereisen blijkt dat de productiviteit al na 35 uur per week begint af te nemen. Vermoeidheid en overwerken hebben bij kenniswerkers een groter effect dan bij anderen. Voldoende ontspanning en slaap zijn cruciaal.

4. Zijn er uitzonderingen?
Veel mensen beweren dat ze makkelijk zonder problemen structureel kunnen overwerken, waarbij ze de perceptie hebben meer werk gedaan te krijgen. Echter, experimenten hebben aangetoond dat het ook bij deze groep blijft bij perceptie. De daadwerkelijke productiviteit ligt lager dan wat de betrokkenen ervaren. Ook worden negatieve effecten door gemaakte fouten, verkeerde beslissingen en gemiste kansen vaak niet opgemerkt. Met andere woorden, er zijn geen uitzonderingen; overwerken loont niet.

5. Wat is de ideale teamgrootte?
De consensus van verschillende studies is dat een team bestaande uit 4 tot 8 werknemers optimaal is voor de productiviteit. Deze kleine teams hebben een 30-50% hogere productiviteit dan teams met meer dan 10 leden. Dit is vooral te wijten aan de toenemende overhead in communicatie binnen grotere teams. Teams met minder dan 4 werknemers daarentegen hebben over het algemeen te weinig verschillende inzichten om tot goede oplossingen te komen en zijn daarom ook niet optimaal.

6. Wat is de meest productieve werkomgeving?
Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk: zet het complete team bij elkaar in een afgesloten ruimte. Dit kan leiden tot een productiviteitsverhoging van 100%. Belangrijke factoren die hieraan bijdragen zijn de snelle communicatie, betere oplossingen voor problemen en minder verstoringen van buitenaf.

7. Hoe om te gaan met verschillende disciplines?
Indien een project samenwerking vereist tussen meerdere disciplines, zoals ontwikkelaars en designers, dan is het aan te bevelen om deze disciplines samen te brengen in één team. In het begin kan het afstemmen van de manier van werken wat tijd kosten, maar uiteindelijk komen crossfunctionele teams tot betere oplossingen. Ook leidt het tot minder externe verstoringen en zorgt het ervoor dat teamleden kunnen focussen op een specifieke taak. Multi-tasken leidt namelijk tot 15% productiviteitsverlies en dient voorkomen te worden.

8. Met wat voor team capaciteit moet gepland worden?
Het blijkt dat plannen met 80% productiviteit de beste resultaten oplevert. Als je plant met 100% dan is er geen ruimte meer voor creativiteit. Verder gaat de 20% die overblijft niet verloren: gemotiveerde werknemers gebruiken ook die tijd nuttig, bijvoorbeeld door met nieuwe ideeën te komen of processen te verbeteren. Hierdoor kan uiteindelijk meer gedaan worden in minder tijd, waardoor het netto effect zeer positief kan zijn. Dus in plaats van sturen op 100% productiviteit moeten creativiteit en lange termijn denken gefaciliteerd en gestimuleerd worden.

Conclusie

Zonder compleet te zijn is bovenstaande een aardige verzameling van lessen uit verschillende experimenten. Wellicht helpen deze tips of zoals de auteur van de presentatie zo mooi zegt: “8 productivity experiments you don’t need to repeat”.

28Apr

De beste Belgische webwinkels

Door: Mark van de Laak       categorie: Search industrie & Conferenties

Als partner van Becommerce, de Belgische belangenvereniging van de E-commerce sector, waren wij gisteren aanwezig bij de uitreiking van de Becommerce Awards. Na een prijsvraag werd deze award, vormgegeven als een opgestoken duim, omgedoopt tot de E-ward.

Bij dit galadiner werden 10 awards uitgereikt. Daarbij waren zeven publieksprijzen, 2 juryprijzen en een overall winnaar.

Publieksprijzen:

De publieksprijzen zijn gebaseerd op de mening van bijna 80.000 Belgische consumenten. Hier de winnaars:

  • Huis, Tuin & Dier: Libelleshop.be
  • Electronica: Coolblue.be
  • Financiele diensten: PayPal.be
  • Kleding & Accessoires: Vente-Exclusive.com
  • Multimedia: Speciaal.ECIOnline.be
  • Reizen: Sunjets.be (al dacht Sunweb.be dat zij gewonnen hadden)
  • Schoonheid en gezondheid: YvesRocher.be
  • Overall Publieksprijs: Sunjets.be

De Winnaars van de Juryprijzen:

  • B-to-C Award: Libelleshop.be
  • B-to-B Award: Coolblue.be

De overall winnaar van de avond op basis van publieksstemmen (55%) en de beoordeling van de jury is Libelleshop.be geworden.

Volwassen worden

Wat volgens ons opvalt is dat er weinig echte Belgische bedrijven tussen de winnaars zijn. Coolblue heeft een Nederlandse oorsprong, Vente-Exclusive en YvesRocher hebben Franse wortels en PayPal komt natuurlijk uit de VS. Dit toont aan dat de Belgische E-commerce markt nog tot volledige volwassenheid moet komen.

Belangrijke remmende factoren zijn onder meer de beschikbaarheid van breedband- en mobiel internet en de wet op het verbod om uitverkoop te houden in bepaalde categorieën. Gelukkig was er een (inmiddels demissionaire) minister aanwezig die beloofde zijn best te doen.

Pagina 4 van 57«12345678910»...Laatste »