Tribal Talk

hét weblog voor online ondernemers

Print Archive for the ‘Website Statistieken’ Category

23Aug

Google Analytics: nieuw is (nog) niet altijd beter

categorie: Website Statistieken Website Usability

Enige tijd geleden introduceerde Google een nieuwe versie van de Google Analytics code: de asynchrone tracking tag. Het werkt met asynchroon Javascript, waardoor de webpagina sneller geladen kan worden. In het verleden wilde de Google Analytics code het laden nog wel eens vertragen – vandaar ook dat hij onderaan de broncode geplaatst moest worden.

Helaas heeft de nieuwe code niet alleen voordelen. Google is namelijk blijkbaar vergeten om ook de Google Website Optimizer code aan te passen.

De Google Website Optimizer maakt voor een deel gebruik van Google Analytics code om pageviews te registreren, en vult deze verder aan met wat extra code.  Doordat het Google Analytics script asynchroon wordt geladen, is het mogelijk dat ga.js nog niet is geladen, maar de Google Website Optimizer code wel.

Dit zorgt ervoor dat het lijkt alsof je Website Optimizer test wel werkt (de bezoekers worden keurig doorgestuurd naar de alternatieve landingspagina’s, want het control script werkt wel), maar er wordt geen data geregistreerd via het tracking script. Je GWO-rapport blijft op 0 pageviews en 0 conversies staan.

Dus: zit je met je handen in je haar waarom de Website Optimizer niets registreert? Controleer dan even of je gebruikmaakt van de nieuwste code. In dat geval ligt het niet aan jou.

Google heeft het probleem erkend tijdens hun elfde Web Analytics TV sessie, maar behalve deze video is er nog weinig over te vinden.

Vooralsnog is er helaas geen andere optie dan teruggaan naar de oude versie van de code, totdat Google ook een asynchrone variant van de Website Optimizer code aanbiedt. Het goede nieuws is dat je de code alleen hoeft te vervangen op de pagina’s waarmee je test, niet de gehele website. De oude Google Analytics code werkt namelijk wel prima samen met de nieuwe.

4Jun

Kinderboeken, Volwassenheid & een Avonturier op Web Analytics Congres 2010

categorie: Search industrie & Conferenties Website Statistieken

Afgelopen woensdag, 2 juni 2010, vond het jaarlijkse Web Analytics Congres plaats in het Okura Hotel in Amsterdam. In deze blogpost een korte impressie.

In het Okura hotel opende Ton Wesseling de vierde editie van het Nederlandse Web Analytics Congres. Na een korte presentatie van de Telegraaf Media Groep over o.a. de nieuwe Europese cookiewetgeving, volgde Stéphane Hamel. Deze Canadees wist op een inspirerende manier zijn Online Analytics Maturity Model te presenteren. Wilt u weten hoe volwassen uw organisatie is op gebied van Web Analytics? Gebruik dan eens zijn Self Assesment tool. Stéphane spreekt ook veel over creativiteit en hoe belangrijk het is in het werk als webanalist (“Analytics is creativity in continuous improvement & attention to details”). Ook verwees hij naar Mitch Joel’s visie op het meten van succes: Killing ROI. Het succes van de inzet van Sociale Media bijvoorbeeld laat zich moeilijk vertalen naar ROI. Terwijl hier de doelstelling misschien wel optimale customer support zou moeten zijn. Focus niet altijd maar weer op ROI, maar kijk vooral naar de totale bedrijfsdoelstellingen.

De paneldiscussie kwam ietwat moeizaam op gang en toen het net interessant begon te worden, was de tijd al weer om. Jammer, dit mag volgend jaar wel wat uitgebreider. Judah  Phillips van Monster Worldwide nam het publiek mee aan de hand van zijn overvolle sheets, gebaseerd op het kinderboek “The Little Engine That Could“. Met prikkelende steekwoorden als: self promotion of data en fear of data gaf hij een kijkje in de keuken van Monsterboard. Enkele van zijn toekomstverwachtingen: new data collection models, automated tagging, deeper capabilities for integration, enhanced targeting & improved attribution modeling.

En daarmee komen we op de grote afwezige van dit congres:  Conversie Attributie. Blijkbaar durfde niemand hier vragen over te stellen, ervaringen te delen of stellingen te deponeren. Het is wellicht nog té vers, té nieuw & onbekend terrein. En dat terwijl Nedstat bijvoorbeeld toch al een paar mooie attributiemodellen in haar tool Sitestat heeft ontwikkeld. Hopelijk komt er volgend jaar meer over dit onderwerp aan bod.

Er kwamen ook nog een aantal praktijkcases aan bod. Funda, ABN AMRO en ING lieten “hun manier van werken” zien op het gebied van Web Analytics. Verfrissend was vooral de presentatie van Funda, die daadwerkelijk heeft laten zien dat Web Analytics ook heel simpel (en toch bruikbaar) kan zijn. ING zet designers aan het werk om statistieken vooral leuk te maken.

Tot slot was er nog veel meer te beleven zoals:

  • De impact van snelheid van een website op het aantal conversies (Sean Power).
  • Paneldiscussie met software leveranciers (kwam helaas niet echt van de grond).
  • Het verhaal van een professioneel avonturier (Marc Cornelissen).
10May

Wat is een goede bounce rate en exit rate?

categorie: Website Statistieken Website Usability

Een vraag die vaak door onze klanten gesteld wordt, is of hun bounce rate “goed” of “slecht” is. Deze vraag is helaas niet zo eenvoudig te beantwoorden.

De bounce rate (weigeringspercentage in het Nederlands) geeft aan hoeveel procent van je bezoekers slechts deze ene pagina van je website bekeek, om vervolgens de website weer te verlaten.

De exit rate (uitstappercentage) lijkt hier een beetje op: dit geeft aan hoeveel procent van de bezoekers na het bekijken van deze pagina besloot om de site te verlaten. Ongeacht het aantal pagina’s dat men daarvoor had bekeken.
De bounce rate en exit rate worden dus op paginaniveau bepaald.

Statistiekenprogramma’s zoals Google Analytics geven daarnaast ook een bounce en exit rate voor de website als geheel mee. Dit cijfer zegt echter weinig en het is niet aan te raden om hier op te sturen. Beter is het, om de cijfers per pagina te bekijken en te beoordelen.

De bounce rate
Over het algemeen geldt, dat een lage bounce rate beter is dan een hoge.

Vergeet echter niet dat niet iedereen via de homepage binnenkomt. Wanneer een bezoeker via een link of via een zoekmachine binnenkomt, komt hij wellicht direct binnen op de pagina met de informatie waar hij of zij naar op zoek was. Er is dan geen noodzaak om andere pagina’s van de website te bezoeken, omdat de bezochte pagina alles bood wat nodig was. In dat geval kan een hoge bounce rate juist een goed teken zijn!

Een globale richtlijn voor de homepage is, dat de bounce rate niet veel hoger zou moeten zijn dan 35%. Is deze hoger, dan nodigt de homepage blijkbaar onvoldoende uit om door te klikken naar de onderliggende pagina’s.

Een veel lagere homepage bounce rate is voor veel websites moeilijk te realiseren. Er zullen namelijk altijd bezoekers zijn die op de verkeerde website terecht zijn gekomen. Als jouw homepage duidelijk weergeeft wat er wel en niet op de website te vinden is, zal de bounce rate weliswaar wat hoger zijn, maar het voorkomt dat men verder klikt en alsnog afhaakt. Aan deze bezoekers heb je toch niets.

De exit rate
Ook de exit rate kan aangeven dat een pagina erg goed is, omdat deze de bezoeker bood wat hij wilde, zodat hij de website kon verlaten. Maar heeft bijvoorbeeld een navigatiepagina een hoge exit rate, dan kan het zijn dat de bezoekers niet weten waar ze heen moeten.

Speciale aandacht verdienen de exit rates van pagina’s in je funnel (trechter, zoals de weg van de winkelwagen naar de orderbevestigingspagina).

Hoeveel procent van jouw bezoekers een product in het winkelwagentje plaatst en vervolgens niet verder gaat met afrekenen, is afhankelijk van diverse factoren. Het ligt namelijk niet alleen aan de kwaliteit van de website, het aanbod en de voorwaarden: veel bezoekers gebruiken de winkelwagen ook als een soort verlanglijstje, om interessante producten te bewaren terwijl ze deze vergelijken of nog nadenken over de aankoop. Het is dan ook erg moeilijk om een zeer lage exit rate te realiseren van de winkelwagen naar de volgende stap in het bestelproces. Schrik daarom niet als de exit rate in deze stap een stuk hoger is dan die in de rest van het bestelproces – dit is normaal.

Haken bezoekers later alsnog af, dan is dat meer verdacht. Ze hebben namelijk al besloten dat ze het product willen, dus blijkbaar is er iets in het bestelproces dat hun alsnog doet besluiten om af te haken. In zo’n geval is het goed om te bekijken wat er op deze pagina precies gebeurt of gevraagd wordt.
Wellicht ziet men nu pas de (te hoge) verzendkosten, blijkt dat het product niet op voorraad is, krijgt men een onveilig gevoel, is de gewenste betaalmethode niet beschikbaar, of is de stap onduidelijk.

Als men wel het bestelproces verlaat, maar niet de website, dan is het interessant om te kijken naar welke pagina’s men heen gaat, aangezien hier blijkbaar informatie op staat waar men behoefte aan heeft voordat men de bestelling voltooit.

Het is nooit goed genoeg!
Het is moeilijk om te zeggen wat een goede en wat een slechte bounce en exit rate is. Op enkele uitzonderingen na, geldt gewoon “hoe lager hoe beter”.

Heeft jouw homepage een bounce rate van 5,4% en bereikt 80% van de winkelwagenbezoekers de ‘bedankt voor uw bestelling’ pagina? Dat is over het algemeen zeer goed, maar wie zegt dat het niet NOG beter zou kunnen…?

Je kunt dus nooit op je lauweren rusten.

Waar begin ik?
Bepaal wat de belangrijkste pagina’s van de website zijn. Dit zijn o.a. de pagina’s die sterk bijdragen aan het aantal conversies, AdWords landingspagina’s, de homepage, populaire productpagina’s en de pagina’s in het bestelproces. Ga hiervan de data nader bestuderen, want verbeteringen hierin leveren het meeste resultaat op.

Bekijk de pagina’s niet alleen individueel, maar vergelijk ze ook met elkaar. Hebben bijvoorbeeld bepaalde productpagina’s een veel hogere (of lagere) bounce rate dan andere productpagina’s? Dan is het interessant om te kijken op welke punten deze pagina’s van elkaar verschillen en om deze leerpunten toe te passen op de minder presterende pagina’s.

Conclusie
Er zijn dus helaas geen harde richtlijnen voor wat een ‘goede’ en ‘slechte’ bounce rate of exit rate is. Er zijn zelfs geen standaarden per branche.

Bekijk de cijfers daarom altijd in het licht van je eigen situatie: hoe is je markt? Wat kenmerkt je doelgroep en je producten? Hoe groot is de kans dat mensen die je site vinden, klant willen worden?

Ga vervolgens uit van jouw huidige cijfers: gebruik ze als nullijn en probeer vanuit daar verder te werken naar een continue verlaging.

Pin je overigens niet vast op de bounce rate en exit rate: er zijn veel meer gegevens in je statistiekenpakket die je kunnen helpen bij het analyseren en verbeteren van je website. Maar dat is iets voor een volgende blogpost.

30Nov

Waarop zoeken mensen in Youtube: Keyword Tool voor Youtube

categorie: Social Media Website Statistieken

De  keyword tool van Google Adwords is bij veel mensen al bekend. Nieuw is dat ook voor Youtube een keyword tool beschikbaar is. Op basis van de Youtube keyword tool kan bekeken worden welke zoekopdrachten binnen Youtube populair zijn.

Youtube = entertainment
Youtube is bij uitstek een ‘ entertainment’  kanaal. Dit is ook terug te vinden in de aantallen zoekopdrachten op de naam van bijvoorbeeld populaire artiesten. Jan Smit scoort volgens Youtube per maand 281.600 zoekopdrachten. Onduidelijk is of dit in Adwords termen ‘broad matches’ zijn of ‘exact matches’ . In Google wordt op Jan Smit 301.000 keer per maand gezocht (exact match) volgens de keyword suggestion tool van Adwords.

Voor de meer serieuze zaken kent Youtube nauwelijks zoekopdrachten. Voor ‘ hypotheek’ wordt in Youtube aangegeven dat onvoldoende informatie aanwezig is.  In Google is dit 40.500 keer.

youtube-keyword-tool


Wat kun je ermee?

Deze tool is nuttig voor wie meer wil weten over populaire onderwerpen en bijhorende zoekwoorden op Youtube. Dit komt bijvoorbeeld van pas wanneer je wilt adverteren op Youtube. Het is tegenwoordig namelijk mogelijk om video ads in Youtube te plaatsen. Dit kan via een gelijksoortig systeem als Google Adwords maar dan dus voor video in plaats van tekst. Dergelijk gesponsorde video’s zie je bijvoorbeeld (regelmatig) verschijnen als je zoekt op de term ‘auto‘.


20Nov

Campagne attributie: welke campagnes zorgen daadwerkelijk voor conversies?

categorie: Website Statistieken

Door middel van een web analyse tool wordt netjes gemeten vanuit welke campagnes je bezoekers komen en welke campagne uiteindelijk heeft gezorgd voor een aankoop door deze bezoeker.

STOP! En die andere campagnes dan? Volgens jouw cijfers zijn ze waardeloos, maar is dat ook zo? Web Analytics Demystified heeft onlangs een white paper gepubliceerd over deze kwestie, die ik hieronder kort zal samenvatten.

Onvolledige toewijzing door web analyse tools

Veel mensen bezoeken een website meerdere keren via verschillende bronnen voordat ze tot een aankoop overgaan. De ene keer via een AdWords advertentie, vervolgens via een banner en uiteindelijk wordt een product gekocht via de maandelijkse nieuwsbrief.
Voorbeeld meerdere campagnes per aankoop

De meeste tools rekenen de aankoop toe aan de laatst gemeten bron of campagne. In dit geval krijgt de nieuwsbrief alle credits. Dit is echter onvolledig: waarschijnlijk zou de aankoop niet hebben plaatsgevonden als je geen AdWords advertentie en banner had geplaatst. Deze twee campagnes hebben wel degelijk waarde!

Mine! Mine! Mine!

Ja, het is echt waar: waarschijnlijk betaal je dezelfde conversie meerdere keren aan verschillende campagne-partners. Iedere partner – zoals AdWords en affiliate partners – houdt in een eigen systeem bij hoeveel conversies zijn eigen campagne heeft opgeleverd. Dit systeem maakt gebruik van cookies, waarmee ook aankopen in een later bezoek worden toegekend aan de betreffende campagne (de campagne heeft er immers voor gezorgd dat de bezoeker in aanraking is gekomen met de website). Maar wat nou als iemand eerst de website binnenkomt via een affiliate advertentie en na 3 dagen via AdWords een aankoop doet? Beide partners zullen deze aankoop opeisen. En (gedeeltelijk) gelijk hebben ze.

De volgende figuur laat zien hoe vaak in de V.S. een conversie die geclaimd wordt door een bepaald kanaal ook wordt geclaimd door andere kanalen. Ter indicatie: wanneer men vertrouwd had op verkeerde attributie modellen, zouden affiliates dezelfde conversie geclaimd hebben die ook door gemiddeld 3,6 andere kanalen geclaimd was.

Attributie per medium - Coremetrics

Aantrekken, overtuigen of converteren?

Er bestaan drie typen campagnes:

  1. het aantrekken van potentiële kopers
  2. het overtuigen van potentiële kopers
  3. het laten converteren van potentiële kopers.

De eerste twee typen leiden niet direct tot conversies, maar zijn doorgaans een noodzakelijke voorwaarde voor het derde type. Denk bijvoorbeeld aan algemene zoektermen in AdWords. Deze termen zijn doorgaans duur en dus kan ervoor gekozen worden om deze te vervangen door minder dure merknaam termen. Dit kan echter een foute beslissing zijn als blijkt dat deze algemene zoektermen juist veel potentiële nieuwe kopers aantrekken. Affiliate campagnes worden doorgaans ook gerekend tot type 1 en/of 2.

Attributie modellen gebaseerd op de laatste campagne leveren dus niet genoeg informatie om de juiste campagnes en bijbehorende budgetten in te zetten in de toekomst.

Tools

Weinig websites gebruiken de juiste attributie methode, maar dit is niet verwonderlijk: er zijn nog maar weinig tools die waarde toekennen aan alle campagnes die geleid hebben tot een aankoop. Dit komt weer doordat deze kwestie aanzienlijk ingewikkelder is dan het op het eerste gezicht lijkt: online campagnes zijn onderling gerelateerd en het effect van iedere campagne is daarnaast afhankelijk van producten, tijdstippen, seizoenen, geografische locaties, etc.

De volgende tabel geeft een samenvatting van de beschikbare mogelijkheden van meest gebruikte tools. Het valt al op dat juist de gratis tools deze mogelijkheid (nog) niet aanbieden.

Vergelijking tools NL

Vrijwel alle tools zijn zich 100% bewust van de noodzaak om de juiste conversie attributie toe te passen en zetten alle zeilen bij om dit inzichtelijk te maken. Voorlopig zullen de meesten van ons het helaas nog moeten doen met laatste-campagne-attributie modellen. Maar: you must walk before you can run…