Tribal Talk

hét weblog voor online ondernemers

Leon van Helvoort

 Hieronder vind je de 8 artikelen die ik heb geschreven voor Tribal Talk: 

29Apr

Verhoog de productiviteit van (web development) teams

categorie: Websites Algemeen

Op dit blog schrijven we voornamelijk over internet marketing gerelateerde onderwerpen. Maar het moge duidelijk zijn dat het allemaal begint bij een website; zonder website geen internet marketing.

De ontwikkeling van websites wordt vaak uitbesteed aan gespecialiseerde bureaus, maar met name bij grotere internet spelers vindt de ontwikkeling in-house plaats. Maar hoe dan ook, vrijwel altijd is de uitdaging: maximale productiviteit uit je web development team halen.

Dit is een thema waar ik zelf al jaren mee te maken heb en ik stuitte onlangs op een interessante presentatie die veel van mijn bevindingen bevestigt. Hier volgt een korte samenvatting. Let wel, veel van onderstaande is ook relevant voor teams die zich niet bezighouden met web development.

8 experimenten om de productiviteit te verhogen


1. Wat gebeurt er als mensen langer werken?
Een middel dat vaak wordt ingezet om de productiviteit te verhogen is overwerk. Echter, uitgebreide studies van Ford hebben aangetoond dat een 40-urige werkweek optimaal is voor de productiviteit. Laat je werknemers 60 uur per week werken, dan resulteert dat in eerste instantie in een verhoging van de productiviteit, maar na 3-4 weken zal een negatief effect ontstaan.

2. Wat gebeurt er als met tussenpozen langer gewerkt wordt?
Op basis van bovenstaande zou je kunnen concluderen dat bijvoorbeeld een week overwerken afgewisseld met een 40-urige werkweek een positief effect zal hebben. Echter, ook dit blijkt uiteindelijk een negatief uit te pakken. Na een periode van overwerk zakt de productiviteit altijd tijdelijk in, waarbij het netto resultaat over het algemeen negatief is.

Als de 40 uren op een andere manier over de week verdeeld worden, bijvoorbeeld 4 dagen van 10 uur en 3 dagen vrij, dan kan dit wel een positief effect hebben op de productiviteit en het verzuim kan afnemen.

3. Gelden dezelfde conclusies voor kenniswerkers?

Bij taken die creativiteit of probleemoplossend vermogen vereisen blijkt dat de productiviteit al na 35 uur per week begint af te nemen. Vermoeidheid en overwerken hebben bij kenniswerkers een groter effect dan bij anderen. Voldoende ontspanning en slaap zijn cruciaal.

4. Zijn er uitzonderingen?
Veel mensen beweren dat ze makkelijk zonder problemen structureel kunnen overwerken, waarbij ze de perceptie hebben meer werk gedaan te krijgen. Echter, experimenten hebben aangetoond dat het ook bij deze groep blijft bij perceptie. De daadwerkelijke productiviteit ligt lager dan wat de betrokkenen ervaren. Ook worden negatieve effecten door gemaakte fouten, verkeerde beslissingen en gemiste kansen vaak niet opgemerkt. Met andere woorden, er zijn geen uitzonderingen; overwerken loont niet.

5. Wat is de ideale teamgrootte?
De consensus van verschillende studies is dat een team bestaande uit 4 tot 8 werknemers optimaal is voor de productiviteit. Deze kleine teams hebben een 30-50% hogere productiviteit dan teams met meer dan 10 leden. Dit is vooral te wijten aan de toenemende overhead in communicatie binnen grotere teams. Teams met minder dan 4 werknemers daarentegen hebben over het algemeen te weinig verschillende inzichten om tot goede oplossingen te komen en zijn daarom ook niet optimaal.

6. Wat is de meest productieve werkomgeving?
Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk: zet het complete team bij elkaar in een afgesloten ruimte. Dit kan leiden tot een productiviteitsverhoging van 100%. Belangrijke factoren die hieraan bijdragen zijn de snelle communicatie, betere oplossingen voor problemen en minder verstoringen van buitenaf.

7. Hoe om te gaan met verschillende disciplines?
Indien een project samenwerking vereist tussen meerdere disciplines, zoals ontwikkelaars en designers, dan is het aan te bevelen om deze disciplines samen te brengen in één team. In het begin kan het afstemmen van de manier van werken wat tijd kosten, maar uiteindelijk komen crossfunctionele teams tot betere oplossingen. Ook leidt het tot minder externe verstoringen en zorgt het ervoor dat teamleden kunnen focussen op een specifieke taak. Multi-tasken leidt namelijk tot 15% productiviteitsverlies en dient voorkomen te worden.

8. Met wat voor team capaciteit moet gepland worden?
Het blijkt dat plannen met 80% productiviteit de beste resultaten oplevert. Als je plant met 100% dan is er geen ruimte meer voor creativiteit. Verder gaat de 20% die overblijft niet verloren: gemotiveerde werknemers gebruiken ook die tijd nuttig, bijvoorbeeld door met nieuwe ideeën te komen of processen te verbeteren. Hierdoor kan uiteindelijk meer gedaan worden in minder tijd, waardoor het netto effect zeer positief kan zijn. Dus in plaats van sturen op 100% productiviteit moeten creativiteit en lange termijn denken gefaciliteerd en gestimuleerd worden.

Conclusie

Zonder compleet te zijn is bovenstaande een aardige verzameling van lessen uit verschillende experimenten. Wellicht helpen deze tips of zoals de auteur van de presentatie zo mooi zegt: “8 productivity experiments you don’t need to repeat”.

25Mar

Twitter: wat heb je eraan?

categorie: Social Media Social Networks

In  mijn omgeving merk ik dat er nog steeds veel mensen vraagtekens zetten bij het nut van Twitter. “Waarover moet ik dan Twitteren? Wie zit op mijn berichten te wachten? Waarom wil ik weten wat mensen de hele dag bezighoudt? Dat getwitter gaat toch nergens over!

Misschien is deze scepsis terecht als je Twitter puur ziet als een microblog. Sommige tweeps (mensen die Twitteren) overdrijven behoorlijk, met honderden tweets (Twitter berichten) per dag. Dan gaat dat getwitter inderdaad vaak nergens meer over. Maar het gebruik van Twitter verandert, waardoor het nut ook voor de sceptici wellicht langzaam duidelijk wordt. Hieronder zet ik wat voorbeelden op een rij.

Social TV

Er wordt flink wat getwitterd tijdens het TV kijken, vaak met het nodige commentaar over wat er op dat moment gebeurt tijdens de uitzending. Een goed voorbeeld is het drama dat zich afspeelde tijdens de 10 kilometer van Sven Kramer in Vancouver. Twitter ontplofte bijna toen duidelijk werd dat Sven de verkeerde baan had genomen. In eerste instantie was vooral de verwarring en frustratie overheersend, maar al snel doken de eerste grappen over o.a. Gerard Kemkers op. Daar zat ik dan, TV aan, wachtend op de eerste interviews, en laptop op mijn schoot om te zien hoe Nederland reageerde op deze teleurstelling. En samen met mij vele duizenden andere schaatsfans.

Real-Time News

Er is momenteel geen enkel medium zo snel als Twitter als het gaat om de verspreiding van nieuws. Een beroemd voorbeeld hiervan is de ‘Hudson plane crash’. Twittergebruiker Janis Krums had de scoop met zijn tweet.

Een ander voorbeeld, op lokaal niveau. Twee weken geleden reden drie brandweerwagens met loeiende sirenes door de wijk waar ik woon. Op Twitter was op dat moment al te lezen dat een basisschool in brand stond. De meeste lokale nieuwssites plaatsten het nieuws pas de volgende dag online.

Nog een recent voorbeeld. Uitgerekend tijdens de Champions League wedstrijd van vorige week dinsdag viel het beeld ineens weg. Ik vroeg me of het aan mijn TV lag of dat het een extern probleem was. Dus ik zocht via Twitter op ‘ziggo’ en wat bleek, half Nederland was in rep en roer vanwege een probleem bij Ziggo. Na een kwartier zwart beeld, heb ik de TV maar uitgezet, totdat ik op Twitter zag dat het probleem opgelost was.

Social Grief

De verdwijning en treurige dood van Milly Boele is de afgelopen weken absoluut één van de meeste besproken onderwerpen op Twitter geweest. In eerste instantie werd Twitter gebruikt om het AMBER Alert in een razend tempo te verspreiden. Helaas mocht dit niet baten en kwam Frits Wester uiteindelijk als eerste, via Twitter, met het nieuws dat Milly dood was gevonden. (Nog een voorbeeld van real-time news dus, dat overigens behoorlijk wat discussie veroorzaakte.)

Vervolgens leek Twitter een uitlaatklep te zijn geworden voor al die mensen die meeleefden en hun verdriet wilden uiten. Ook stroomden de condoleances binnen op de het Twitter adres van Milly’s broer. Twitter lijkt op dit soort moeilijke momenten troost te bieden.

Social Democracy

We hebben de gemeenteraadsverkiezingen net achter de rug en de landelijke verkiezing komen er aan. Ook binnen de politiek speelt Twitter een steeds grotere rol. Veel politici op lokaal en landelijk niveau zijn actief op Twitter, zie bijvoorbeeld Kamertweets.nl. Hierdoor wordt de afstand tussen hen en de kiezer aanzienlijk verkleind. Zelfs al zou je het mobiele nummer van de minister-president hebben, dan zou je hem toch niet snel bellen om te vertellen wat je van zijn beleid vindt. Maar Twitter is zo laagdrempelig dat dit wel gebeurt. De politici die het serieus oppakken zijn echt in dialoog met hun ‘followers’, waardoor het uitwisselen van standpunten en ideeën – in beide richtingen – daadwerkelijk plaatsvindt.

Social Q&A

Een mooi voorbeeld van hoe mensen elkaar helpen met het beantwoorden van vragen, kennis en ervaringen uitwisselen en advies geven is Durftevragen. Durftevragen is gebaseerd op het basis principe dat mensen het leuk vinden anderen te helpen. Als je de juiste vraag stelt aan de juiste mensen, dan is er altijd wel iemand die je kan helpen. Durftevragen organiseert events door het hele land, waar deelnemers elkaar te helpen. Maar ook via Twitter is Durftevragen een succes. Door gebruik te maken van de zogenaamde ‘hashtag’ #durftevragen worden je tweets gevonden door mensen die graag helpen en de kans is groot dat je bruikbare reacties krijgt.

Praktisch tip

Nu zul je je wellicht afvragen hoe je kunt inpluggen op die continue stroom van tweets. Natuurlijk kun je interessante tweeps actief gaan volgen op Twitter, zodat je hun berichten automatisch te zien krijgt. Echter, juist voor bovenstaande voorbeelden is het interessant om te zoeken in alle tweets. Er zijn talloze websites die dit mogelijk maken, maar ik gebruik zelf vaak Twirus.nl (of Twirus.com voor Engelstalige tweets). Hier worden zogenaamde ‘trending topics’ en populaire tags en tweeps opgesomd. Maar met name de zoekfunctie is zeer handig. Zoek op het onderwerp waarin je geïnteresseerd bent en in real-time komen relevante tweets voorbij.

Conclusie

Ik merk dat als ik aan de hand van voorbeelden zoals hierboven aan mensen uitleg wat Twitter is, dat het een behoorlijke eye-opener is. De mogelijkheden reiken veel verder dan veel niet-Twitteraars zich realiseren. Ik begrijp dat het als microblog dienst niet voor iedereen interessant is, maar er zijn voldoende andere mogelijkheden waardoor Twitter zeker de potentie heeft om uit te groeien tot een ‘mass market’ toepassing.

16Feb

Moeten we rekening houden met Google Buzz?

categorie: Google Internet Strategie Link Marketing Social Media Social Networks Zoekmachine Optimalisatie

Google Buzz logoHet zal niemand ontgaan zijn. Een week geleden werd Google Buzz geïntroduceerd, waarmee Google eindelijk een serieuze social media speler lijkt te zijn geworden. Er wordt sindsdien druk gediscussieerd over wat dit gaat betekenen voor het social media landschap. Met name voor Facebook en Twitter lijkt Google Buzz een bedreiging te zijn. Maar hoe verhouden die verschillende platformen zich ten opzichte van elkaar? En wat betekent dit voor bedrijven en hun social media strategie?

Google Buzz kort uitgelegd

Eerst even terug naar de basis: wat is Google Buzz? Het is een social media applicatie die diep geïntegreerd is in Gmail. Vaak probeert Google nieuwe Gmail functionaliteit uit als een ‘Labs feature’, veelal standaard uitgeschakeld en weggestopt in de Gmail settings als optionele functionaliteit. Maar met Buzz pakt Google het grootst aan. Binnen enkele dagen werd Buzz uitgerold en prominent zichtbaar voor elke Gmail gebruiker. Hiermee heeft Buzz direct een enorme groep potentiële gebruikers, volgens ComScore zo’n 176 miljoen. En die gebruikers hebben met Buzz de mogelijkheid om op een eenvoudige manier informatie te delen binnen een besloten netwerk, of publiekelijk.

Met Twitter, Facebook en andere social networks is dit ook mogelijk, dus wat doet Google anders?

Buzz versus Twitter

Om met de eerste te beginnen, Twitter wordt gekenmerkt door zijn eenvoud. Het draait allemaal om het versturen van korte tekstberichten (maximaal 140 karakters) naar je ‘followers’. En dat is ook meteen de kracht is van Twitter. Het is makkelijk te gebruiken, je kunt en hoeft geen ellenlange verhalen te schrijven dus een update is snel geplaatst, en voor followers zijn de korte berichten een verademing in deze tijden van ‘information overload’. Verder is de ‘retweet’ functie erg krachtig. Met één klik kun je een bericht van iemand die je volgt doorsturen naar je eigen followers. Op deze manier verspreiden nieuws, trends en virals zich in een razend tempo over de wereld.

Google Buzz gaat verder dan 140 karakters. Je updates kunnen uitgebreide teksten bevatten, maar ook foto’s en YouTube video’s. Het geeft je dus meer ruimte om je ‘verhaal’ kwijt te kunnen. Verder is het mogelijk om via Buzz informatie uit andere applicaties te delen. Denk hierbij aan foto’s uit je Picasa of Flickr albums, je YouTube video’s en je Twitter updates. Maar hoewel je de link van een buzz kunt doorsturen naar je followers is er geen ‘rebuzz’ functie, wat het verspreiden van informatie minder makkelijk maakt dan met Twitter.

Buzz versus Facebook

Facebook is met zijn 400 miljoen gebruikers een gigantisch social network. Het heeft uigebreide mogelijkheden voor het delen van informatie, variërend van teksten tot foto’s, video’s en widgets. Met name die laatste mag niet onderschat worden. Zo trekt Farmville, de populairste social game op Facebook, maandelijks 75 miljoen gebruikers. Met name op dat vlak zal Google Buzz het (voorlopig?) moeten afleggen tegen Facebook.

Verder gaan er geruchten dat Facebook werkt aan uitgebreide email functionaliteit, waarmee het een serieuze email concurrent voor Google kan worden. Deze twee internet reuzen komen dus duidelijk in elkaars vaarwater terecht en hun diensten lijken snel naar elkaar toe te groeien.

Buzz voor bedrijven

Een belangrijke vraag dan: is Google Buzz iets voor bedrijven om rekening mee te houden? Met Buzz komt real-time informatie binnen handbereik van Google. Twitter is op dit moment hét real-time medium bij uitstek. Regelmatig worden scoops via Twitter verspreid, veel sneller dan dat het nieuws in Google opduikt. Google heeft dit onderkend en in december 2009 real-time search geïntroduceerd. Hierbij worden relevante berichten van Twitter, maar ook van Facebook en andere social networks tussen de zoekresultaten getoond en in real-time ge-update.

Dit geeft bedrijven een geheel nieuwe manier om binnen de Google zoekresultaten zichtbaar te worden. En met Buzz heeft Google nu een tool in handen om dit nog beter te doen. Met direct inzicht in hoe Buzz berichten worden gewaardeerd en verspreid krijgt Google de mogelijkheid om nog relevantere real-time informatie binnen de zoekresultaten weer te geven. Bedrijven die hun SEO strategie hierop aanpassen kunnen het organisch verkeer naar hun website gaan zien toenemen.

Hint 1: denk bij het publiceren van updates na over welke zoektermen te gebruiken.

Hint 2: links die je opneemt in Buzz updates zijn in tegenstelling tot Twitter (vooralsnog) ‘followed’, waardoor je linkkracht van het Google domein kunt doorgeven aan je eigen website. De verwachting is wel dat dit van tijdelijk aard is, aangezien het uitnodigt tot misbruik.

Verder hebben bedrijven met Buzz een nieuwe mogelijkheid om een community om hun merk en/of producten op te bouwen. Door een nauwe band met followers op te bouwen zullen relevante updates van bedrijven via hun community verspreid worden. Sterker nog, ook deze followers, en followers van followers kunnen uiteindelijk met updates van bedrijven in de real-time search resultaten terecht komen (en natuurlijk in de social search resultaten, maar dat is een blog onderwerp op zichzelf).

Verder komt er met Buzz een nieuw medium beschikbaar waar bedrijven waardevolle informatie kunnen vinden over hun (potentiële) doelgroep. Denk aan updates die betrekking hebben op hun merk, producten, ontwikkelingen in de markt, enz. Bedrijven kunnen hier direct op inspelen, in contact komen met relevante mensen en hun community versterken.

Bovenstaande zaken beperken zich zeker niet tot Google Buzz. Ook Twitter, Facebook e.d. blijven uiteraard belangrijke social media kanalen voor bedrijven. Maar met Google achter de knoppen is Buzz absoluut een alternatief om nauwlettend in de gaten te houden.

Buzz it!

16Nov

Advertenties beheren met Google Ad Manager

categorie: Google Websites Algemeen

Google Ad ManagerJe hebt een website en je verdienmodel is (mede) gebaseerd op advertentie-inkomsten. Hoe ga je advertentiecampagnes op je site beheren? Je kunt banners van adverteerders natuurlijk via het Content Management Systeem op je site plaatsen, of direct in de HTML…

Advertentiebeheer op je website (FAQ)
In het begin biedt bovenstaande oplossing  misschien nog uitkomst, maar je loopt al snel tegen allerlei vragen aan:

-          Hoe beperk je het totaal aantal impressies?
-          Hoe beperk je het aantal impressies per unieke bezoeker?
-          Hoe registreer en rapporteer je het aantal impressies?
-          Hoe registreer en rapporteer je het aantal clicks?
-          Hoe rouleer je verschillende advertenties?
-          Hoe bepaal je je advertentievoorraad?
-          Hoe haal je het hoogste rendement uit je advertentievoorraad?

Google biedt uitkomst
Google heeft inmiddels ruim een jaar een antwoord op bovenstaande, en andere vragen in de vorm van Google Ad Manager. Google Ad Manager is geheel gratis en de enige vereiste is dat je een Google AdSense account hebt. Je kunt met Google Ad Manager namelijk ook AdSense advertenties op je site plaatsen (niet verwonderlijk natuurlijk), maar dat is volledig optioneel. Je kunt de tool prima inzetten voor het beheren van advertentiecampagnes die je zelf verkocht hebt.

Google Ad Manager
Starten met Ad Manager
Het is niet mijn bedoeling om hier uitgebreid uit te leggen hoe je Google Ad Manager implementeert binnen je website. Daarvoor is voldoende informatie te vinden, zoals op de Google Support site. Maar op hoofdlijnen ziet dit proces er als volgt uit:

1. Log in of registreer je op Google Ad Manager

2. Definieer de advertentievoorraad van je site in de vorm van advertentieruimtes (‘ad slots’) – een advertentieruimte
is een representatie van een bepaalde plek binnen de site waar je een advertentie wilt plaatsen

3. Groepeer de advertentieruimtes in zogenaamde posities (‘placements’) – een positie is een verzameling van
advertentieruimtes waaraan je advertenties wilt koppelen. Zo kun je advertentieruimtes bijvoorbeeld groeperen op
basis van de afmetingen van de ruimtes, of juist op basis van content categorieën binnen je site

4. Genereer advertentie tags en plaats deze in de HTML van je site – met behulp van de tags uit Google Ad Manager
maak je een koppeling tussen een plek op de website en een advertentieruimte zoals bij punt 2 hierboven
gedefinieerd

5. Maak orders en regelitems aan voor elke advertentiecampagne – hiermee leg je afspraken met de adverteerder vast
en bepaal je waar de advertenties geplaatst gaan worden

6. Upload de advertenties (‘creatives’) voor de verschillende regelitems – een advertentie kan een Flash bestand zijn of een afbeelding

Even geduld…
Na het doorlopen van deze stappen moet je meestal even geduld hebben. Veranderingen in Google Ad Manager worden niet real-time doorgevoerd. Afhankelijk van de soort wijziging kan het 15 tot 60 minuten duren voordat het resultaat van de wijziging op je site zichtbaar is.

Extra mogelijkheden
Google Ad Manager biedt allerlei geavanceerde features. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om advertentie-targeting toe te passen op basis van geografisch locatie, type browser, dag en tijd, besturingssysteem, taalinstellingen, bandbreedte en gebruikersdomein. Ook kun je zelf targeting criteria definiëren. Als je van je bezoekers bijvoorbeeld weet wat hun geslacht is, dan kun je die informatie meesturen in de advertentie tags en vervolgens als targeting criteria gebruiken.

Statistieken
Uiteraard kunnen uitgebreide statistieken worden opgevraagd. Zo is het mogelijk om vanuit verschillende perspectieven (adverteerders, orders, advertentieruimtes, posities, enz. ) statistieken te bekijken.  Hiermee krijg je een volledig overzicht van het aantal impressies, clicks en opbrengsten. Vervolgens kun je een rapport exporteren naar een CSV bestand of online delen met anderen.

Conclusie
Google Ad Manager is een prima tool, waar veel publishers profijt van kunnen hebben. En dat de tool volledig gratis is maakt het erg interessant om ermee aan de slag te gaan.

8Oct

De selectie van een webbureau

categorie: Websites Algemeen

Met veel interesse las ik eerder deze week een goed artikel over het selecteren van een webbureau van Robert Jan van Nouhuys op Frankwatching:

http://www.frankwatching.com/archive/2009/10/06/het-selecteren-van-een-webbureau-kan-en-moet-beter/.

Wat hij schrijft komt me zeer bekend voor. Er valt dan ook eigenlijk weinig aan te merken op zijn artikel, maar via deze weg wil ik toch mijn visie op dit onderwerp geven. Aangezien we zelf een webbureau zijn zal ik niet ingaan op het tweede deel van Robert Jan’s artikel (Robert Jan, ik ben zo vrij om je bij je voornaam te noemen), en neem zijn advies in dat deel ter harte. Maar hieronder wel wat opmerkingen bij de zeven tips voor opdrachtgevers:

1. Een goede voorbereiding

“… beoordelingcriteria zijn nog niet opgesteld.[ …] Bureaus die eerst aan alle criteria leken te voldoen worden afgeschoten en zo worden er telkens nieuwe partijen opgevoerd. Een zoektocht zonder einde.”

Helemaal mee eens. De criteria zijn lang niet altijd even duidelijk en veranderen nog weleens tijdens het selectieproces. Bijkomend nadeel is dat uiteindelijk appels met peren vergeleken worden. Nou begrijp ik ook wel dat input van potentiële leveranciers kunnen leiden tot nieuwe inzichten en dat als gevolg daarvan criteria in een laat stadium veranderen. Om dat te voorkomen kan het helpen om aan het begin van het traject al eens met wat leveranciers te praten over de mogelijkheden, hun werkwijze, enz.

2. Slimme overgangsmomenten

“Door eerst te werken met een onafhankelijk bureau dat  niet zelf bouwt, kan je tot een zodanige specificatie komen, dat je voor de bouw een exacte fixed price offerte kan laten maken. Hiermee sluit je veel risico’s uit.”

Gedeeltelijk mee eens. Om bovenstaande te bereiken hoef je echter niet per se de specificatie door een onafhankelijk bureau te laten maken. Er zijn bureaus (zo ook Tribal Internet Marketing) die standaard beginnen met het uitwerken van een specificatie. Zodra deze specificatie is goedgekeurd door de klant wordt een fixed price offerte gemaakt voor de implementatie. Mocht deze offerte toch tegenvallen, dan kan de klant alsnog bij andere bureaus offertes opvragen op basis van de specificatie. Zorg dus dat je de vrijheid hebt om na de specificatiefase de samenwerking te beëindigen. Zo kun je in principe voor één leverancier kiezen, maar je zit er niet aan vast als de prijs voor de implementatie uiteindelijk tegenvalt.

3. Een geolied proces

“Een goede pitch kent duidelijke stappen…”

Zoals bij punt 1 hierboven beschreven kan het helpen om aan het begin van het proces een oriënterend gesprek te hebben met wat bureaus, om zodoende voor jezelf duidelijk te krijgen wat echt belangrijk is en welke selectiecriteria relevant zijn.

4. Leg ook zachte selectiecriteria vast

“Op basis van de harde selectiecriteria wordt een long list opgesteld en vervolgens op basis van de zachte eisen een short list van de meest geschikte bureaus.”

De besproken zachte selectiecriteria zijn uiteraard erg belangrijk. Wel vraag ik me af hoe praktisch het is om op basis van deze criteria van een long list tot een short list te komen. Zachte selectiecriteria zoals motivatie, professionaliteit en inlevingsvermogen van de leverancier zijn pas goed te beoordelen na een persoonlijk gesprek. Dit is alleen praktisch uitvoerbaar als de long list niet te lang is.

5. Een leesbaar RFP

“Laat puzzelen liever aan bejaarden over. Vanuit het perspectief van het webbureau is het een zeer onaangename kennismaking met de opdrachtgever.”

Tja, misschien is het wel een goede test om te kijken hoe een bureau omgaat met een RFP waarin niet alles wordt uitgespeld. Stellen ze de juiste vragen, gaan ze er toch voor 100% voor om de opdracht binnen te halen, enz. Echter, uiteindelijk is een duidelijk RFP natuurlijk een vereiste om duidelijke antwoorden te krijgen en dus een goede selectie te kunnen doen.

6. Laat niet hele teams opdraven

“Sommige opdrachtgevers eisen bij de eerste pitch presentatie al het gehele team aan tafel. […] Vaak wordt er ook een concept design van de website gevraagd.”

Om tot een goed eindresultaat te komen is het belangrijk een iteratief proces te doorlopen. Eerst dienen doelstellingen, doelgroepen en de belangrijkste functionaliteiten bepaald te worden. Daarna volgen vaak de functionele beschrijving, de wireframes en dan pas het grafisch design. Tijdens dit traject wordt stap voor stap duidelijk hoe de website eruit moet gaan zien, maar ook welke expertise in elke stap nodig is om tot een goed eindresultaat te komen. Het heeft dus weinig zin om te eisen dat er direct een compleet team gepresenteerd wordt. En het opleveren van een concept design tijdens het selectieproces is nutteloos, omdat een aantal essentiële stappen worden overgeslagen.

7. De onderhandelingen

“…zorg er dan wel voor dat er nog voldoende ruimte in de planning is voor onderhandelingen. Een voorstel van een bureau is zelden in een keer goed.”

Wat de onderhandelingen kan bespoedigen is openheid over het beschikbare budget vanaf het begin van het selectieproces. Dit geeft bureaus de mogelijkheid om hun voorstel direct af te stemmen op de financiële mogelijkheden. Het heeft weinig zin om in de RFP te vragen om allerlei geavanceerde functionaliteiten als het budget er niet naar is. Een leverancier kan een dergelijke mismatch direct in zijn voorstel afvangen, bijvoorbeeld door bepaalde zaken optioneel te prijzen, zodat de opdrachtgever een goede afweging kan maken van functionaliteit versus kosten.

Tenslotte, er is natuurlijk altijd nog de mogelijkheid om een webbureau te selecteren zonder uitgebreid pitchproces. Bijvoorbeeld door af te gaan op goede ervaringen met een bepaald bureau van mensen in je netwerk. Of door gewoon eens met wat partijen om tafel te gaan en een snelle eerste selectie op basis van zachte criteria te maken. Vraag vervolgens om een offerte. Sluit het resultaat aan bij de verwachtingen, dan heb je jezelf een lang selectieproces bespaard.